Cornelis Pieterse Valstar en de VOC

Cornelis Pieterse Valstar (1674-1741) uit Naaldwijk is de enige tot nu toe traceerbare Valstar die de zeeën heeft bevaren in dienst van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Ter ere van de oprichting, 400 jaar geleden, zijn de VOC-soldijboeken 1700 tot 1795 gedigitaliseerd. Daaruit blijkt dat Cornelis tweemaal via de Kamer van Delft naar de Oost afreisde, te weten 1711-1715 en 1715-1721. Omdat alleen de 18e eeuw is gedigitaliseerd is het ook mogelijk dat de broers en vader van Cornelis de wereldzeeën hebben bevaren, vóór het jaar 1700. Cornelis trouwde rond 1700 met Jannetje Vreugdenhil en kreeg vijf kinderen. Van de vijf kinderen kwamen er vier waarschijnlijk op jonge leeftijd te overlijden. Er moest moest brood op de plank komen, en – waarschijnlijk niet uit luxe – trad Cornelis in 1711 als matroos in dienst bij de VOC. Matrozen kwamen vaak uit een lager sociaal milieu of waren opgegroeid in een weeshuis.

In de 18e eeuw vertrokken ruim 200 Westlanders met de VOC naar de Oost. Uit onderzoek ‘Westlanders in Dienst van de VOC’ van K.F. van Dijk (helaas is Cornelis niet in dit onderzoek opgenomen) blijkt het voor Westlanders een risicovolle en barre tocht. Van diegenen die voor het eerst de reis overzees maakten, bracht 64% het er niet levend vanaf. Van diegenen die het, net als Cornelis, in hun hoofd haalden om nog eens af te reizen, keerden nog eens de helft niet terug. Daarmee had Cornelis een overlevingskans van nog geen 30%.

Bron: http://www.wikidelft.nl/index.php?title=Bestand:Zo_zag_een_spiegelretourschip_van_de_VOC_er_uit.jpg

Een spiegelretourschip zoals de Berbices

De eerste reis (1711)
Op 31 januari 1711 treedt Cornelis in dienst van de VOC. Hij gaat als matroos aan boord en vertrekt die dag vanuit Wielingen (Zeeuws Vlaanderen) met het splinternieuwe spiegelretourschip Berbices. Met de 274-koppige bemanning zet zij, met Cornelis Uitenbroek aan het roer, koers richting Batavia (Jakarta, Indonesië). Matrozen stonden op de uitkijk en moesten de zeilen en lenspompen bedienen. Daarnaast waren er ook minder ‘leuke’ klussen zoals het schip teren, reparaties uitvoeren onder het toeziend oog van ambachtslieden en het iedere dag ‘schoonschip’ maken. De schaarse tijd die er was benutten de mannen in hun hangmatten benedendeks. Bij goed weer verplaatsten zij zich, uiteraard vóór de grote mast, naar het bakdek. Drie maanden na vertrek, op 30 april, komt het schip voor herbevoorrading aan in Kaap de Goede Hoop. Op 23 mei gaat de Berbices weer de zee op, om na een reis van bijna zes maanden op 19 juli 1711 aan te komen in de haven van Batavia. Tijdens de heenreis kwamen 5 mensen te overlijden.

Vervolgens moet Cornelis ruim drie jaar wachten op een vertrek richting Nederland. Op 21 december 1714 gaat hij samen met 109 anderen in Batavia aan boord van de Limburg om aan de terugreis te beginnen. Net als op de heenreis wordt er gestopt bij Kaap de Goede Hoop, ditmaal ruim een maand. Na een reis van acht maanden, op 6 augustus 1715, meert het schip aan bij Fort Rammekes (Vlissingen, Zeeland).

De heen terugreis van Cornelis

De heen- en terugreis van Cornelis

De tweede reis (1715)
Misschien is Cornelis’ eerste trip naar de Oost meegevallen, misschien is het bittere noodzaak; Cornelis is slechts drie maanden thuis van zijn eerste trip als hij alweer opgaat voor een tweede trip naar Batavia. Hij verlaat met het schip Ter Nisse op 8 november 1715 opnieuw de haven van het Zeeuwse Wielingen. Het is de eerste reis voor schipper Gerrit Stokke en ook voor de in 1714 opgeleverde Ter Nisse is het de eerste zeereis. De 183 koppen tellende bemanning bereikt op 9 maart 1716 de haven van Kaap de Goede Hoop. Na twee weken ‘rust’ en bevoorrading zet de Ter Nisse koers richting de eindbestemming Batavia. Daar komt het schip, met zes opvarenden minder, op 30 mei 1716 aan. Cornelis verblijft bijna vierenhalf jaar in de Oost en vertrekt met het schip Samaritaan, een fluitschip, op 30 oktober 1720 huiswaarts. Op weg naar Holland komen 14 van de 184 bemanningsleden om. Op 4 juni 1721, ruim vijfenhalf jaar na vertrek komt Cornelis aan in de haven van Vlissingen en meert aan bij Fort Rammekens.

In totaal is Cornelis ruim tien jaar van huis geweest.